travelogue Ton & Anne

As we ride back by train after our short but intense adventure in Berlin, we have our final ceremony in Zutphen. We build a completely red altar, with red roses, red cushions, a red altar cloth and red chairs. The hall looks like a warm womb. There are exactly 33 people present, the number of the Christ Consciousness. But instead of being radiant and resurrected, I feel tired, wrecked and jaded after so many journeys, meditations and adventures. I am verging on being sick. Fortunately, we have a team with whom we are setting up everything together that day, and our hostess and friend Christine gives me a delicious witches’ brew. That does me good. When the ceremony starts I have no idea what to do, but luckily I have an Ipad with beautiful meditation music that lasts for 20 minutes. The music puts everyone in a deep, mystical layer and I can finally sink a little too. Once I am in a ritual space, where silence descends amidst all the noise and chaos in the world, I come home. Finally peace, connection, stillness. I feel eternity shining through in the temporality and it suddenly seems like we have always been in that circle of 33 people.

Then suddenly, in my meditation, my late yoga teacher, Anat, appears. She tells me that from the beyond she will become my teacher again in the coming period. The lesson I have to learn is one of deep surrender, dying, Yin, and I am deeply moved. Her own death brought both great sadness and gratitude to me. Apparently, she is initiating me into the art of dying. Behind her, I suddenly see all the black Indian shamans from South America appearing. Anat was Jewish Brazilian and her family came from near Rio de Janeiro. The shamans are calling me. It is time to connect with the South American continent, they say, and with the jungles, secrets and initiation rites of the Andes and the Amazon.

Twenty years ago, I was about to go to Peru but never got there because I was asked to do trauma counselling in the Gaza Strip. That too was an initiation into surrender, death and deep healing, which eventually lasted some 16 years. Deeper and deeper, I became intertwined with the Palestinian and Israeli story and learned to transcend the polarity of perpetrator/victim. But apparently another initiation awaits. As wonderful as it is to do something for the world, and to organise the project in Sinai, I know that the ultimate measure of everything is my own spiritual growth. Do I myself have the courage to take the next step, to step into the unknown, to jump into the deep?

As Anne and I spend the last few days in the flat in Tervuren, I decide to spend a day visiting the historical museum located in Brussels’ Cinquantenaire Park. I take the picturesque tram 44 that runs through the woods towards the centre of Brussels, and see the great triumphal arch of the Cinquantenaire Park. Atop the arch stands a warrior queen with a flag flying à la Brunhilde. She represents the heart of Belgium. Below her, in the arch, the Belgian flag flies. Earlier research showed that the arch lies exactly on Tifferet, as the Jubilee Park is laid out in the shape of the Kabbalah, the Jewish tree of life. (see….
Before visiting the museum, I decide to climb the arch. Through a side door and an old lift, I reach the roof of the arch and look out over all of Brussels. In the distance is the Atomium, the Koekelberg, closer the heart of the European Union: the Berlaymont building, the European Commission, the European Parliament. Below me, in the park, I see all these young people from very different cultures talking to each other, having lunch and laughing. I like the international, diverse nature of the city; actually like any city and country. As soon as a country becomes too monotonous or homogeneous, the colour and sparkle disappears for me.
I think of the emerging nationalism in several countries in Europe, like Italy, Sweden, Hungary or Poland, all preaching ‘Own People First’. It fills me with a certain fear. I think of Nazi Germany’s National Socialism, which worshipped its own people and blood, placing the shadow, blame and pain on the ‘Other’. These days, it seems as if the collective scapegoat for all our fears, insecurity and misery is the Muslims and refugees. Once again, the finger is pointed.

When I later enter the museum, which is surprisingly large and extensive, the Merovingian section disappoints me a bit. There is not much new in it, and as so often in history, the Merovingians are treated a bit like an underdog. It goes no deeper than the comic-book description of Asterix and Obelix’s village. A pity, because there is so much more to say about it.
What does deeply touch and overwhelm me, however, is a large exhibition of images from South America. Large statues of warriors, feather robes, gods and goddesses are scattered in a rather dark room. The mysticism and power of the ancient Inca and Aztec empires is palpable. Standing in front of a statue of Mother Earth, I feel her speaking to me…. ‘Come.’

In a corner of the room is an old glass display case with the skeleton of a crouching Inca priest. A sign next to it says that this skeleton was the inspiration for Tintin’s ‘The Seven Crystal Orbs.’ We seem to be shown an increasingly clear path, but I don’t yet understand where. Could it have to do with anat’s lesson? As I walk out of the room a little perplexed, I see that they are selling Tintin albums in the museum shop. ‘Come on,’ I think. ‘Man up. Not everything can be a message. Sometimes you just have to leave things alone…’

I catch the tram back home, and meet Anne at a terrace in Tervuren. Just as I am telling Anne about the mummy and the story of the seven crystal balls, a truck pulls up in front of our terrace. On the side is a life-size picture of Captain Haddock. The truck just won’t go away, A Thousand Bombs and Grenades. Anne and I look meaningfully at the truck with Captain Haddock. ‘That’s quite a coincidence…’ Anne mutters.
When the lorry drives on a little later, I see where it stops: at a bookshop. I walk there and, lo and behold, they have the Tintin album, The Seven Crystal Globes. I buy the album – and also the sequel about Professor Sunflower’s kidnapping to South America – and we return home….

  • To be continued –


reisverslag Ton & Anne

Als we na ons korte maar intense avontuur in Berlijn met de trein terug rijden hebben we onze laatste ceremonie in Zutphen. We bouwen een volledig rood altaar, met rode rozen, rode kussens, een rode altaardoek en rode stoelen. De zaal ziet eruit als een warme baarmoeder. Er zijn precies 33 mensen aanwezig, het getal van het Christusbewustzijn. Maar in plaats van stralend en herrezen te zijn, voel ik me moe, gesloopt en afgemat na zoveel reizen, meditaties en avonturen. Ik zit tegen het ziek zijn aan. Gelukkig hebben we een team waarmee we alles samen opzetten die dag, en krijg ik van onze gastvrouw en vriendin Christine een heerlijke heksenbrouwsel. Dat doet me goed. Als de ceremonie start heb ik geen idee wat te doen, maar gelukkig heb ik een Ipad met prachtige meditatie muziek die 20 minuten duurt. De muziek brengt iedereen in een diepe, mystieke laag en ik kan eindelijk ook een beetje zakken. Zodra ik in een rituele ruimte zit, waar de stilte neerdaalt te midden van alle lawaai en chaos in de wereld, kom ik thuis. Eindelijk rust, verbinding, stilte. Ik voel de eeuwigheid doorschijnen in de tijdelijkheid en het lijkt opeens alsof we altijd al in die kring van 33 mensen zitten.

Dan verschijnt in mijn meditatie opeens mijn overleden yoga lerares, Anat. Ze vertelt dat ze vanuit gene zijde opnieuw mijn lerares wordt in de komende periode. De les die ik te leren heb is een van diepe overgave, sterven, Yin, en ik word diep geroerd. Haar eigen dood bracht zowel een groot verdriet als een grote dankbaarheid bij me teweeg. Blijkbaar wijdt ze me in in de kunst van het sterven. Achter haar zie ik opeens allemaal zwarte indiaanse sjamanen uit Zuid Amerika verschijnen. Anat was Joods Braziliaans en haar familie kwam uit de buurt van Rio de Janeiro. De sjamanen roepen me. Het wordt tijd om me te verbinden met het Zuid Amerikaanse continent, zeggen ze, en met de oerwouden, de geheimen en de initiatieriten van de Andes en de Amazone.

Twintig jaar geleden stond ik op het punt om naar Peru te gaan, maar ik ben er nooit gekomen omdat ik werd gevraagd om trauma-hulpverlening te doen in de Gazastrook. Dat was eveneens een inwijding in overgave, dood en diepe healing, die uiteindelijk zo’n zestien jaar duurde. Steeds dieper raakte ik verweven met het Palestijnse en Israëlische verhaal en leerde de polariteit van dader/slachtoffer te overstijgen. Maar blijkbaar staat er een volgende inwijding te wachten. Hoe mooi het ook is om iets voor de wereld te doen, en het project in Sinai te organiseren, ik weet dat de uiteindelijk maatstaf van alles mijn eigen spirituele groei is. Heb ik zelf het lef om de volgende stap te maken, het onbekende te betreden, het diepe in te springen?

Als Anne en ik de laatste dagen in het appartement in Tervuren verblijven, besluit ik een dag naar het historische museum te gaan dat in het Jubelpark in Brussel ligt. Ik neem het pittoreske trammetje 44 dat door de bossen richting het centrum van Brussel rijdt, en zie de grote triomfboog van het Jubelpark liggen. Bovenop de boog staat een krijgskoningin met wapperende vlag à la Brunhilde. Ze stelt het hart van België voor. Onder haar, in de boog, wappert de Belgische vlag. Uit eerder onderzoek bleek dat de boog precies op Tifferet ligt, aangezien het Jubelpark in de vorm van de Kabbala, de joodse levensboom is aangelegd. (zie….

Ik besluit alvorens het museum te bezoeken, de boog te beklimmen. Via een zijdeurtje en een oude lift kom ik op het dak van de boog en kijk uit over heel Brussel. In de verte ligt het Atomium, de Koekelberg, dichterbij het hart van de Europese Unie: het Berlaymont gebouw, de Europese commissie, het Europees Parlement. Onder me, in het park, zie ik allemaal jonge mensen uit zeer verschillende culturen met elkaar praten, lunchen en lachen. Ik houd van het internationale, diverse karakter van de stad; eigenlijk zoals in iedere stad en in ieder land. Zodra een land te monotoon of homogeen wordt, verdwijnt voor mij de kleur en de sprankeling.
Ik denk aan het opkomende nationalisme in diverse landen van Europa, zoals in Italië, Zweden, Hongarije of Polen, die allemaal ‘Eigen Volk Eerst’ prediken. Het vervult me met een zekere angst. Ik denk aan het Nationaal Socialisme van Nazi Duitsland, dat haar eigen volk en bloed vereerde, en daarmee de schaduw, de schuld en de pijn bij de ‘Ander’ legde. In deze tijd lijkt het alsof de collectieve zondebok voor al onze angsten, onzekerheid en ellende de moslims en de vluchtelingen zijn. Opnieuw wordt er met de vinger gewezen.

Als ik later in het museum kom, wat verrassend groot en uitgebreid is, valt me de Merovingische afdeling wat tegen. Er staat niet veel nieuws in, en zoals zo vaak in de geschiedenis, worden de Merovingers een beetje als een ondergeschoven kindje behandelt. Het gaat niet dieper dan de stripboek-beschrijving van het dorpje van Asterix en Obelix. Jammer, want er valt zoveel meer over te zeggen.
Wat me echter wel diep raakt en overrompelt, is een grote tentoonstelling van beelden uit Zuid Amerika. Grote beelden van krijgers, verentooien, goden en godinnen staan verspreid in een nogal donkere ruimte. De mystiek en kracht van het oude Inca- en Azteekse rijk is voelbaar. Als ik voor een beeld van Moeder Aarde sta voel ik hoe ze tot me spreekt.. ‘Kom.’

In een hoekje van de zaal staat een oude glazen vitrine met het skelet van een gehurkte inca priester. Op een bordje ernaast wordt vermeld dat dit skelet de inspiratiebron was voor Kuifje’s ‘De Zeven Kristallen bollen.’ Het lijkt alsof we steeds duidelijker een pad wordt getoond, maar ik snap nog niet waarheen. Zou het te maken kunnen hebben met de les van anat? Als ik wat beduusd de zaal uitloop zie ik dat ze in de museumshop de albums van Kuifje verkopen. ‘Komaan,’ denk ik. ‘Verman je. Niet alles kan een boodschap zijn. Soms moet je dingen gewoon met rust laten..’

Ik pak de tram terug naar huis, en spreek met Anne af op een terrasje in Tervuren. Net als ik aan Anne vertel over de mummie en het verhaal van de zeven kristallen bollen, komt er een vrachtwagen voor ons terrasje staan. Op de zijkant staat een levensgrote afbeelding van Kapitein Haddock. De vrachtwagen gaat maar niet weg, Duizend bommen en Granaten. Anne en ik kijken veelbetekenend naar de vrachtauto met Kapitein Haddock. ‘Dat is toch wel héél toevallig…’ mompelt Anne.
Als de vrachtauto even later doorrijdt zie ik waar hij stopt: bij een boekwinkel. Ik loop erheen en warempel, ze hebben het album van Kuifje, De Zeven Kristallen Bollen. Ik koop het album – en tevens het vervolg over de ontvoering van professor Zonnebloem naar Zuid Amerika – en we keren terug naar huis…

  • wordt vervolgd –