ANNE 51: BIRTHING OF A NEW WORLD

Walking through the monastery I catch myself thinking I could live here. Is it the mystical atmosphere of the place that has been attracting me for so long? Is it the golden colour of the buildings that merge so wonderfully with the sunlit mountains surrounding them? Is it the thrill of our mission that fills me with awe…? Something in this place makes me wanting to stay. (…)
(The English translation will follow soon)

EEN NIEUWE WERELD

“Laat mij hier maar een tijd wonen”, verzucht ik als ik door de herberg van het klooster wandel. “Ik voel me hier helemaal thuis.” Is het de mystieke sfeer van de plek, die me al zo lang aantrekt, is het de gouden kleur van de gebouwen die zo prachtig merget met de door de zon beschenen bergen rondom, is het onze missie die me met vreugde vervult…? Ik kan er de vinger niet op leggen, maar ik voel me hier als een vis in het water.
Het is wonderlijk hoe we hier allemaal als vanzelf onze weg vinden. De negen Nifty Nuns, zoals we onszelf al lachend gedoopt hebben, die elk hun eigen kloosterkamertje bewonen en zich door de innerlijke call laten leiden om te doen wat er te doen valt. Het valt me op hoe onafhankelijk we die dagen allemaal tewerk gaan. Als soevereine entiteiten, elk luisterend naar onze eigen innerlijke leiding gaan we daar waar onze voeten ons willen hebben en doen we het innerlijke werk dat we te doen hebben. We overleggen niet, we delen niet veel – we handelen, als bijen in een nest. 

We weten dat we op een of andere manier het werk dat op de berg moet gebeuren op 8 november voorbereiden, maar wat het precies inhoudt, is ons in het begin nog een raadsel. Er vallen termen als Orion, het Witte Broederschap, de oproep van de Essenen, de tempel van creatie, het aanhechten van het moederlijke veld, het Christ Sophia bewustzijn… Mystieke gegevens die zich aan ieder van ons op een andere manier reveleren – maar die zich in ons dagelijks leven soms eenvoudigweg vertalen in het openen van ons hart voor alles wat we onderweg ontmoeten; in het bijzonder voor de bedoeïnen en kloosterleden die ons elke dag met geduld en zorg omringen, en voor de grootse en imponerende sacred valley die ons elke dag omhult en beschermt. Elk dragen we een ander stukje van de puzzel en zijn we er om een andere reden. Soms zijn er ook geen woorden voor wat we ervaren, en kunnen we enkel in de twinkeling van onze ogen zien dat we elkaar ergens diep in ons hart begrijpen. Iets heel nieuws wordt in ons en in de wereld aangehecht, of is het iets heel ouds en dierbaars dat weer geactiveerd wordt, maar nu vanuit ons wakker bewustzijn…?

Ondanks de rust van het klooster duurt het een paar dagen voor ik de bedrijvigheid van het ‘organiseren’ van de Sinaï-call naast me neer kan leggen. Hoezeer ik ook voelde dat ik dit hele event niet kon ‘organiseren’, toch heb ik de afgelopen weken en maanden alles gedaan wat ik kon om alle events met elkaar in verbinding te brengen en om ontmoetingsplatformen te bieden aan de vrouwen die op weg zijn naar de berg. Maar nu ik in het klooster aanbeland ben, hoor ik vanbinnen maar één zin: “En nu laat je de groep los en ga je voor je eigen proces.” Het is zo dwingend dat ik er wel naar moét luisteren. Tegelijk voel ik ook verdriet als ik besef hoe snel ik weer afgeleid ben, en hoe de afleiding me laat zien hoe bang ik ben om echt in verbinding te gaan met een ongekende diepte in mezelf. Er zit daar iets zo kostbaars dat ik wil aanraken, maar waar een versperring voor lijkt te liggen. Geduld, geduld, hoor ik altijd maar, de juiste tijd reveleert zich wel. Maar soms lijkt de doorgang naar die diepe bron wel dichtgemetst. “Eén traan is voldoende om de woestijn weer tot leven te wekken”, hoor ik echter als ik me erop afstem. Het verdriet wil geuit worden. 

Op een ochtend wandelen mijn voeten me eindelijk naar de kapel in het Katharinaklooster. Eindelijk weer naar de kapel, het lijkt zo lang geleden! Verleden jaar mochten we er omwille van corona niet in. En ook bij dit bezoek zijn er enkele dagen nodig voor ik erin ‘mag’. Een heiligdom loop je niet zomaar binnen; daar loop je eerst drie keer omheen, als het ware. Gek hoe anders de kapel eruitziet dan ik me hem uit 2008 herinner. Er hangt veel meer goud dan ik dacht. En toch is de energie weer even imponerend. Ik zet me neer op een van de houten stoelen en sluit mijn ogen. 

Weer word mijn aandacht naar beneden getrokken, diep de aarde in. Het lijkt wel of er gangen zijn onder het klooster, lange gangen die naar beneden leiden, waar ik doorheen getrokken word. Steeds dieper de aarde in. Ik voel aan de werking in mijn hart en baarmoeder hoe er doorgang wordt gemaakt, hoe er steeds dieper gegraven wordt om ergens bij te geraken. “Ga naar de plek voorbij de pijn”, hoor ik en ik besef hoe hard ik al gewerkt heb om aan die plek te kunnen komen. Ik zie hoe ook vele andere vrouwen in dit werk pijnlijke stukken op zich nemen; ieder neemt haar eigen stuk op om de doorgang naar de tempel te faciliteren. 
Opeens voel ik tussen mijn benen een enorme gloed en zie ik hoe daar een doorschijnende aarde ontstaat. Ik bevraag het met mijn hoofd (“hé, wat gebeurt hier?”) maar krijg de opdracht om dit niet met mijn hoofd maar met mijn hart te begrijpen. Als ik er met mijn hart naartoe ga, voel ik hoe de aardbol consolideert; met elke hartslag wordt de aarde sterker en groter. Het is een magisch schouwspel. Wow. Ik hoef niets te doen, alleen mijn hart met de aardbol te verbinden en het gebeurt vanzelf. De aarde wordt steeds groter, zo groot als de kapel, zo groot als de vallei, zo groot als de Sinaï en steeds groter als de wereld. Opvallend is de substantie die ik zie: doorschijnend wit, als helder kristal. En ik voel de energie die het teweegbrengt, een hoge, zachte, watermelkachtige energie die alles zodanig verzacht dat je je niet anders kan dan je eraan overgeven. Resistance is futile. Als je dit veld binnenkomt, verzachten je spieren, ga je in ontspanning, valt alle weerstand weg, en heeft al het andere geen kans meer. Als een dier dat weet dat het ten prooi is gevallen aan een hoger dier in de voedselketen, geeft het oude zich gewillig gewonnen. 

Als ik mijn ogen weer open, zie ik tot mijn verrassing dat zeven van de negen Nifty Nuns in de kapel aanwezig zijn. De stoelen staan aan de zijkant van de kapel tegenover elkaar opgesteld en we zitten tegenover elkaar, naar elkaar gericht. Allemaal in een ongewone verstilling. De een met een sjaal over het gezicht om nog meer naar binnen te keren, de ander een uur lang onbeweeglijk als een porseleinen madonna in haar nis, de derde met een traan die langzaam over haar wang rolt. Ontroering is het signaal dat er magie gebeurt, leerde mijn lerares energetica me en ik voel in al mijn poriën hoe waar dat hier is. Diep verzonken in ons eigen stuk alchemie is het alsof we met ons zevenen de oude Lemurische tempel openen en in de trilling manifesteren. De monniken die de kapel bewaken en elke vorm van verstoring kordaat aanpakken, laten ons rustig begaan. Ondertussen lopen bezoekers van alle uithoeken van de wereld de kapel in en uit. 
Ik sta op om Kathleen die nog rechtop staat even te laten zitten en ga aan de ingang van de kapel staan. Ik voel me een soort van poortwachter en gastvrouw tegelijk. Mijn hart staat wijdopen, mijn ogen glinsteren van de energie die ik in me draag. Mensen van India, de Filippijnen, Zuid-Amerika, Rusland, overal ter wereld… schuifelen langs me heen de kapel in en weer uit. Ze merken me op, knikken vriendelijk, een plotselinge glimlach op hun gezicht. De energie is aanstekelijk. Hij opent iets, hij verbindt iets wat daarvoor niet verbonden was. Hij verbindt ook iets tussen ons, de onafhankelijke nonnen van dienst. Allemaal werden we die ochtend als vanzelf naar deze plek gewandeld, en allemaal gaven we ons stilzwijgend over aan de gewijde bevalling. 
Ik zie nog een traan over Petra’s gezicht rollen en denk aan de tranen die ik diezelfde ochtend plengde. Ook de volgende dagen zou elk van ons op een bepaald moment de ontroering uiten. “Er is maar één traan nodig om de woestijn tot leven te wekken”, hoor ik weer.

Als ik later die dag, bij een glas mangojuice, aan Ana – een van onze Nifty Nuns – vertel hoe ik in de kapel een kristallijne aarde geboren zag worden en de parelmoeren substantie ervan probeer te omschrijven, grijpt ze prompt naar haar tas en haalt ze er een kleine kristallen aardbol uit. “Is het zoiets dat je bedoelt?” vraagt ze me. Ik weet niet wat ik zie. “Dat is het helemaal”, zeg ik stil. 
Synchroniciteit. Het blijft me verbazen hoe eenzelfde verhaal zich door zoveel vrouwen wil vertellen.

(Wordt vervolgd)