ANNE 46: DRAGON ISLAND

There is a spot on the map of the Azores, somewhere between the islands of Sao Jorge, Pico and Faial, that has been attracting my attention since last summer (see a previous blog). I know it is a place that we’ll have to work on. I don’t know exactly what, but I can feel some important energy there that wants to be released. So when our friend Jos tells us to go back to the Azores, before heading to Sinai, “to lay the foundations and to do the inner work before the outer work can be done”, we start preparing our next trip to the Azores. (…)
(the English version will follow soon)

DRAKENEILAND

In juli voelde ik het al… Er is een plek in de Atlantische oceaan, ergens ten westen van de eilanden Sao Jorge, Pico en Faial, waar we op te werken hebben (zie een vorige blog). Geen idee waarom precies, maar soms gebeurt het dat wanneer ik een landkaart bekijk, bepaalde plekken mijn aandacht trekken. Dààr zit iets, een energie die los wil. Iets wat mij wat te vertellen heeft. “Ga terug naar de Azoren voor je naar Egypte gaat”, adviseerde onze vriend Jos ons in een boodschap. “Come together in the Azores before you come to Sinai, to lay the foundation, to do the inner work before the outer work.” 
En als Jos ons iets aanraadt, dan doen we dat. Dus bereiden we in september alweer een volgende reis naar de Azoren voor. We hopen er met een groep naartoe te kunnen gaan, maar als we hotels proberen te boeken op het eiland Sao Miguel, wil het helemaal niet lukken. 
“Moeten we misschien elders zijn?” vraagt Ton.
“Ja, volgens mij moeten we naar Sao Jorge”, antwoord ik, me die ene plek in de oceaan herinnerend.
Maar ook op Sao Jorge krijgen we van de hotels die we aanschrijven geen gehoor. En omdat zich daardoor maar geen groep vormt, stellen we de hele opdracht in vraag. Als alles zo moeizaam gaat, moeten we daar dan wel zijn?
Maar dat is buiten onze goede vriend Marc gerekend. Marc is als een echte Michael; al jaren staat hij als trouwe strijdmakker paraat om het werk te doen dat gedaan moet worden. “Ik heb al geboekt, hoor!” laat hij ons weten. “Groep of geen groep, ik ga met jullie mee naar de Azoren.” Soms heb je elkaar echt nodig om niet op te geven. Dank zij Marc én de financiële steun van heel wat mensen die in onze opdracht geloven, boeken ook wij uiteindelijk onze vliegtickets. 

Als ik op het vliegtuig naar Sao Miguel zit, waar we eerst een nacht zullen landen voor we naar Sao Jorge gaan, voel ik me wegzinken in een veld van verwarring. Out of the blues voel ik me plotseling eenzaam, afgescheiden, niet-begrepen, verward over wat ik kom doen in deze wereld. Er valt zoveel te doen, te zeggen, te handelen, te reageren – wat is toch het juiste om te doen?
“Gaat het?” vraagt Ton die meteen aan me voelt dat ik niet helemaal oké ben. 
“Ik zak ergens in”, antwoord ik, en sluit mijn ogen om de emoties beter te doorgronden. 
Nauwelijks geland in Sao Miguel word ik in de geest overmand door een overload aan talking heads. Pratende gezichtjes van duizenden, miljoenen mensen die hun mening staan te verkondigen. Ik leg mijn handen op mijn oren. Wat een tumult. Wat een herrie aan meningen, gedachten, oplossingen gaan er door de ether! Moet ik dààr nog iets aan toevoegen? Nee toch? Nauwelijks enkele uren later wordt Ton door dezelfde chaos overmand. Bij hem komt er ook nog diepe woede bij. “Wat een gedoe hier op aarde”, hoor ik hem fulmineren. “Al die verdeeldheid! Heeft dan niemand door wat we aan het doen zijn, verdorie!” Ik heb hem zelden zo woedend geweten. 
Tegelijk weet ik dat dit alles meer met onze reis te maken heeft dan met onszelf. Het gebeurt wel vaker, als we op een plek komen, dat we eerst door emotionele lagen heen moeten om bij een kern te kunnen komen; collectieve lagen van emoties, gedachten, historische gebeurtenissen… Het voelt persoonlijk aan, en dat is het ook in zekere zin, maar we mogen het tegelijk niet té persoonlijk nemen. Anders neemt het ons over en dat is niet de bedoeling. We moeten gecentreerd blijven terwijl we door de smurrie heen zakken, om uiteindelijk de essentie te kunnen aanraken.

Gelukkig mogen we de dag daarna naar Sao Jorge doorvliegen, het eiland dat verwijst naar Sint Joris en de Draak. Als we op het eiland landen, zijn we op slag verliefd. Wat een natuurpower hier! Met haar groene bolle heuvels en langgerekte vorm lijkt het eiland inderdaad op een draak die zich in de oceaan heeft gelegd. Ik weet uit dromen dat ik een bijzondere verbinding heb met drakenenergie – volgens de Mayakalender ben ik ook een Rode Elektrische Draak. Drakenenergie is voor mij een diepe aardekracht die we in ons lichaam kunnen opnemen en waar we mee kunnen werken. De dromen vertelden me steeds dat het nog te vroeg was om die krachten te doorvoelen, maar nu we hier zijn beland, lijkt de draak me wakker te willen schudden.
“Hier is enorm veel seismische activiteit, we lijken wel op één grote vulkaan te zitten”, laat Marc weten, die meteen op zijn mobiel op zoek gaat naar uitleg. “Je moet hier stevig staan om niet van je sokken geblazen te worden.” Google – of is het Duckduckgo? – vertelt ons dat er in maart van dit jaar nog gevaar voor een vulkaanuitbarsting heerste op Sao Jorge. Op dit moment is de activiteit wat lager, maar iedereen blijft alert. Ook wij voelen dat we goed in contact moeten blijven met ons lichaam. Alsof het lijf een verlengstuk wordt van het eiland.
We are not living on earth, we àre the earth”, gaat er door me heen.

Als we de dag daarna uitzoeken waar we heen willen, word ik opnieuw geroepen door die plek in de oceaan tussen de drie eilanden in. “Misschien kunnen we naar het uiterste puntje van het eiland rijden, dan komen we daar het dichtst bij”, stel ik voor. 
“Op het plein in het centrum van het dorp staat een stenen draak”, laat Ton echter weten, als hij later die dag terugkomt van de supermarkt. “Ik heb het gevoel dat we onze speurtocht daar moet beginnen.”
En inderdaad. Zodra we in het dorp bij de draak staan, op een mozaiek van taferelen (Sint Joris en de draak, een cirkel van acht (aarts)engelen, duiven, sterren en een zwarte zon) die de mythologie van het eiland verraden, voelen we alledrie dat we een belangrijke zenuw raken. Niet alleen voel ik in mijn bekken en benen de aardekrachten weer stevig opspelen, maar ook de achterkant van mijn hart begint pijnlijk te bonzen, net op de plek waar ik een uitstekende wervel heb. 
“Het lijkt wel of er een dolk in mijn hart is gestoken”, zeg ik verbaasd.
We gaan op een terrasje in het dorp zitten en sluiten onze ogen. Mijn aandacht wordt meteen weer naar de plek in de oceaan getrokken en voor mijn geestesoog ontrolt zich onverwacht een heel verhaal. 

Op de bodem van de oceaan zie ik een oude verzonken tempel. In het midden van de tempel staat een groot kristal. Ik weet dat dat kristal rechtstreeks verbonden is met het aardekristal in het centrum van de aarde. Voor mij is dat aardekristal altijd een soort van hart geweest, met alle instructies voor planeet aarde. De harde schijf van de aarde, zou je kunnen zeggen. Met alle informatie die nodig is om onze planeet te laten draaien zoals die moet draaien, en alle instructies voor de toekomst om de planeet weer te herstellen. 
Rond het kristal in de tempel zitten een twaalftal mensen, wijze mensen, meesters, mannen en vrouwen die weten hoe ze met zo’n kristal moeten werken. Maar ze worden benomen door een soort paniek, er staat iets te gebeuren op aarde en ze weten er geen raad mee. In een poging om het euvel op te lossen of tegen te houden, stralen ze met hun derde oog instructies in het kristal, alsof ze de boordcomputer op deze manier willen herprogrammeren. Een mooie donkerharige vrouw in een witte jurk (die me een beetje aan onze vriendin Meital doet denken) roept nog: “There is another way, there is another way”, als om de groep tegen te houden in dit onbezonnen paniekspel. Maar het is te laat. Als reactie op de mentale input ontploft het kristal in duizend stukjes uit elkaar. Een stuk van het kristal komt als een dolk in het hart van de donkere vrouw terecht.  

“Er is iets gebeurd op die plek”, zeg ik als ik mijn ogen weer open. “Er was ooit een oude tempel waar door een select groepje mensen energetisch gewerkt werd, maar er is iets fout gelopen. Het lijkt wel of we hier zijn om iets te herstellen.”
“Ik heb dit verhaal lang geleden in één van mijn boeken beschreven”, antwoordt Ton enigszins verbaasd. “In Het Labyrinth van de Tijd staat een doorgave die naar dit gebeuren op het eind van Atlantis verwijst.”
“Het is hier gebeurd, hier op de bodem van de oceaan”, zeg ik. Gek hoe je ineens zo zeker kunt zijn van iets. “Dat is ook de reden waarom we terug moesten komen.” 
Als ik weer even mijn ogen sluit, overvalt me een enorme, bijna bovenmenselijke liefde voor het aardekristal. Hoe vreemd dit allemaal, bedenk ik me, hoe kan je zoveel houden van… een steen? Het is te gek voor woorden, en toch toont het hele verhaal zich zo duidelijk dat ik er niet omheen kan. 

Als we daarna een auto huren en naar het uiterste puntje van het eiland gereden zijn, kijken we met z’n drieën op de oceaan uit. “Daar moet de oude tempel gelegen hebben”, wijs ik. Van op deze plek zien we het eiland Faial en Pico liggen en we kunnen ons inderdaad makkelijk voorstellen dat de eilanden ooit deel waren van één groot land dat met de tijd onder water is komen te staan. “De berg en de tempel waren ooit met elkaar verbonden”, voel ik. 
“We moeten de dolk weer uit het hart van de mens halen en in het kristal zetten, om de kracht van het aardekristal te herstellen”, begrijpt Ton. Voor zijn geestesoog ziet hij een reuzenkristal uit de oceaan opstijgen. De pijn in mijn hart zakt weg.

’s Anderendaags stemmen we met enkele mensen op zoom af op het kristal en zien we hoe het kristal herstelt. “Hoe vreemd”, zegt Vera, een van de vrouwen die mee afstemt. “Ik wilde vanochtend een meditatie opzetten die ik gemist had met een andere groep die ik online volg, en die meditatie ging precies over hetzelfde: het herstel van dat aardekristal.” Blijkbaar is dit een thema waar veel groepen op dit moment op werken. En gelukkig maar, want het raakt een stuk van ons collectieve verleden aan.

There is another way, there is another way”, de roep van de donkere vrouw in de witte jurk blijft in mijn hoofd nagalmen. 
“Zou het kunnen dat we het kristal niet eigenzinnig met onze mind moesten herprogrammeren, maar dat we de instructies van het kristal juist te ontvangen hadden in ons hart?” vraag ik. 
“In ons hart en in ons bekken”, zegt Vera, “want de energie is zodanig sterk dat we het met ons hele lichaam te dragen hebben.”
Hoe meer we op het kristal afstemmen, hoe meer ik voel dat daar het antwoord zit: we denken dat wij, mensen, weten hoe we de Aarde kunnen redden. Maar het is net andersom: de Aarde wéét wat de mensheid te doen heeft om zichzelf te redden. Het is niet aan ons om haar te proberen programmeren, maar het is aan ons om naar haar instructies te leren luisteren. 

(Wordt vervolgd)