ANNE 39: LILITH

“Jullie moéten absoluut Sintra bezoeken”, krijgen we van heel wat vrienden te horen. “Het is zo’n magische plek.” Dat willen we graag geloven, dus trekken we er voor een paar dagen op uit, richting magie. Sintra is een klein, levendig en kleurrijk stadje ten westen van Lissabon, en inderdaad, de plek bevat een betovering en mix van aantrekkelijkheden die we elders in Portugal nog niet zijn tegengekomen. Doordat Sintra op een bergheuvel aan de kust ligt, heerst er een microklimaat waardoor je het gevoel hebt een tropisch regenwoud in te rijden. De weelderige en vaak ook tropische bomen en planten (veelal ingebracht door rijke buitenlanders) creëren een overweldigend woud van groen waar het fantastisch doorrijden en -wandelen is. Als we het gebied rond de stad verkennen, voelen we ons afwisselend in Wales, Schotland, de Pyreneeën, tot zelfs in India, Bali en het tropisch regenwoud. Ik adem de omgeving diep in. Wow. Wat een bad van groen. Wat een mix aan energieën. En wat een deugd om hier te zijn. 

Ook het stadje wemelt van de levendigheid en houdt een gevoel van belofte in. 

“Dit wordt het nieuwe Glastonbury”, zeg ik meteen, verwijzend naar het bekende stadje in Engeland dat sinds de jaren 60 uitgroeide tot hét mekka van de spiritualiteit. Glastonbury heeft stilaan zijn tijd gehad, voel ik. Het heeft ook zijn taak neergezet, om het vergeten vrouwelijke in al zijn aspecten weer in onze herinnering te brengen. Maar deze tijd vraagt iets anders, een nieuwe spirit, een maatschappelijk geïntegreerde sacraliteit, en vooral: een nieuw evenwicht tussen het mannelijke en het vrouwelijke. De energie die ik in Sintra voel is nog niet tot volle bloei gekomen, maar sluimert zodanig aanwezig in alle poriën van de stad dat ik er niet omheen kan. Hier tintelt iets nieuws, iets veelbelovends, iets wat maar een zoen nodig heeft om wakker te worden. Kiss my soul awake.

Als we op zoek gaan naar een hotelletje, komen we in de Moon lodge terecht. Moon. De Maan. Er gaat ons een belletje rinkelen. Natuurlijk! Net zoals we vorig jaar begrepen dat de Sinaiwoestijn verwijst naar de maangod Sin, snappen we ineens dat ook Sintra naar die maangod is genoemd. Het vergeten sacrale mannelijke. Maar de maan staat ook al eeuwenlang voor het vergeten of donkere vrouwelijke. Dat wat het daglicht niet mag zien. De Lilith. “Het lijkt wel of Sintra symbool staat voor heel Portugal”, zegt Ton. “Hier zijn alle thema’s van het land in geconcentreerde vorm samengebracht.”

Boven op de berg pronkt een tempelierskasteel dat meteen onze aandacht trekt. Nu zijn er rond Sintra wel meer prachtige kastelen en paleizen, maar iets in ons zegt dat we vooral daar moeten zijn. Op onze weg naar Sintra reden we in the middle of nowhere voorbij aan een klein kerkje op een heuvel. “Stop!”, riep ik ineens. “Hier moeten we even halt houden.” Geen idee waarom, maar iets aan dat kerkje trok mijn aandacht. Toen we er naartoe stapten, voelde ik steeds duidelijker de aanwezigheid van een tempelridder die me zei: “Ik heb hier gestreden tot mijn laatste snik, maar het heeft niet mogen baten.” Het kerkje onderging bij ons bezoek herstelwerken en we konden er niet in, maar toen we eromheen liepen, merkten we ook dat het geen ramen had. “Is het wel een kerk?” vroeg ik. “Is het niet eerder een graftombe?” “Ik lig hier inderdaad begraven”, zei de ridder me. “Nog voor er een kerk was, lag mijn graf hier.” Op de een of andere manier leek het belangrijk dat we hem zagen, erkenden en eerden. “Hij geeft ons een sleutel voor Sintra”, zei Ton nog. “Hij geeft ons de toestemming om iets in Sintra te openen.” Elke krachtplek moet altijd zijn zegen geven voor je erin mag. Maar al rijdend voelt Ton nog een flinke weerstand. Er is ‘iets’ in Sintra dat ons daar niet wil hebben, en hij is op zijn hoede. 

Gek genoeg geraken we de eerste dagen maar niet bij het kasteel. We boeken een kamer met onze Israëlische vriendin Noa die een paar dagen met ons komt doorbrengen, en de volgende dag ontmoeten we Dora, een vriendin van Ton die al enkele jaren in een dorpje op de heuvels boven Sintra woont.
“Dat kasteel op de berg stelt niks voor”, zegt Dora beslist, “daar wil je niet zijn. Ik wil jullie iets anders laten zien.” En ze rijdt ons door een dikke mysterieuze mist naar een vervallen gebouwtje in de dichte natuur achter een oude verlaten monasterio. Terwijl Ton en Noa al babbelend een beetje verdwalen in de mist, hurken zij en ik alvast neer in het kapelletje. 
Dora bracht hier al vaker vrouwen naartoe en ik zie hoe ontroerd ze is om hier weer te zijn. Waar ze daarvoor eigengereid de weg toonde, wordt ze plots wee en kwetsbaar. Ik leg mijn rug tegen de muur en sluit mijn ogen. Van slag voel ik die oeroude moederenergie, die gigantische creatieve kracht die de elementen en van daaruit de hele creatie tot leven heeft bewogen. Wat een rauwheid, wat een kracht, wat een gulheid, en wat een liefde. Ik heb zelf geen kinderen gebaard en toch voel ik net als elke moeder die kracht van het baren, die Zij in duizend- of miljoenenvoud vertegenwoordigt. De donkere godin die leven en dood beheert, de Grote Creatrix, die totaal vergeten is in onze moderne wereld, en die aan de oorsprong staat van alle leven. 
Ook Ton en Noa komen nu stil de kapel binnen en allen worden we overspoeld door dezelfde kracht. Hoe erg dat we dit zo lang vergeten zijn…

Dora is net een paar dagen ziek geweest en hoest af en toe nog een rauwe hoest. “Is het erg als ik een sigaretje rook?” vraagt ze ons, als we later die dag in een feeëriek eethuis op de flank van de heuvel nog een theetje nemen. De wind staat gunstig dus hebben we geen bezwaar, en al pratend en lachend, hoestend en rokend wordt Dora plotseling de belichaming van de eeuwenoude crone die we in het kapelletje ontmoetten. Een van de vele vormen van het donkere vrouwelijke, noem het Lilith, of Baba Yaga – the dark feminine kent vele namen. Ik kende Dora niet en liet me eerst wat afleiden door haar jeugdig slanke lijf, hippe kleren en blonde manen, maar als ik haar gadesla zie ik haar rimpels, haar oude wijsheid, haar eenzaamheid, de eelt op haar ziel. Haar lach is diep en gul, haar stem zwaar en rauw en haar wijsheid en humor zo sappig dat ik me er graag in koester. 

Ondanks Dora’s pleidooi om andere bezienswaardigheden voorrang te geven op het tempelierskasteel op de top van de berg, voel ik dat het aan ons blijft trekken. Vooral voor Ton lijkt het me belangrijk dat we tot die top gaan. Dus laten we even onze vriendinnen los en ondernemen we de tocht naar boven. Op zich geen sinecure, want je kan er niet met je auto geraken, dus moeten we in het stadje de bus nemen. De vele technische haperingen die we hierbij ondergaan (digitale buskaartjes die je moet bestellen, gsm’s die het niet doen…) knibbelen aan ons humeur en het scheelt maar weinig of we geven de tocht op. “Kom, we moeten gaan”, blijf ik aandringen. “Het lijkt belangrijk, we mogen ons niet laten tegenhouden door versperringen.”

Ton voelt die dagen wel vaker hoe tegenkrachten ons via technologie (‘het dode grid’) proberen tegen te houden en krijgt er schoon genoeg van. “Er is iets donkers op deze berg”, voelt hij. Maar ondanks de tegenstand en het gure weer zetten we door en uiteindelijk geraken we toch boven. In het hoogste punt van het kasteel van de Tempeliers zetten we ons neer en tunen we in. Ton is blij dat hij de weerstand overwonnen heeft, alsof hiermee iets hersteld wordt voor het mannelijke, en ik ben blij dat ik hem er naartoe heb kunnen leiden, als een Ariadne die de draad moest uitrollen naar de top. En opnieuw hoort Ton de stem van de begraven tempelridder.

Er heeft hier in dit land een lange strijd gewoed, tussen de lichtkrachten en de duistere krachtenAls tempelridders probeerden we de lichvlam hoog te houden tot het laatste moment. Maar onze orde raakte gecorrumpeerd, besmet, en is overgenomen door mensen die macht, geld en status nastreefden. Zo raakte onze kennis, onze spirituele wijsheid, verdraaid en verkracht. Dit gebeurt nu nog steeds, in jullie tijd; een cocktail van geld, politieke macht, economisch gewin en seksuele magie zijn verworden tot een krachtig en gevaarlijk geheel. 
Portugal is in zekere zin een erg onschuldig land met vriendelijke mensen, maar er is een bepaalde groep die deze vriendelijkheid misbruikt. 
Jullie taak is verwant met onze oude traditie, die begonnen is bij de Essenen, de Katharen, de Tempeliers… zij die in verbinding stonden met de Grote Moeder, met de Bron. Wij vragen jullie om die toorts weer te laten ontbranden, om de sacrale kennis en de heilige plekken weer te beschermen en het licht hoog te houden voor Moeder Aarde, Gaia. Roep haar naam en kracht aan, zodat ze hersteld kan worden en de natuur zijn natuurlijke balans weer kan vinden. 
Door de krachtplekken in dit land te bezoeken, lichten jullie de bakens, tot jullie bij het hoofd van de draak zijn aangekomen, en dat is Sintra. Roep de Lichtstrijders op, verzamel de Krijgers van het Hart en eer de Moeder. Door de lichtfrequentie te verhogen, verliest het duistere aan kracht en moet het zijn greep lossen. Je moet het donkere niet bevechten, het enige wat je moet doen is je eigen krachten verzamelen en in je eigen licht stappen.” 

Het vergeten sacrale mannelijke heeft gesproken. Wat ben ik blij dat we tot hier geraakt zijn. En dat we de test van de Baba Yaga hebben doorstaan: laat je niet verleiden noch van je pad afleiden, maar blijf je eigen intuïtie volgen. Een stuk van het donkere vrouwelijke, van de verjaagde Lilith, denkt het zonder een mannelijke evenknie te kunnen of moeten doen. Die eenzaamheid is een deel van haar kwetsuur geworden. Maar het vrouwelijke eren betekent niet het mannelijke vergeten. Het is belangrijk de Moeder in onze psyche te erkennen en haar kwetsuren te helen, maar dat geldt net zo voor de ridders die haar door de tijden heen wilden beschermen. Er is geen Moeder zonder haar Michael. Er is geen vrouwelijke wijsheid zonder mannelijk zwaard.

En toen ontmoetten we de tweede Baba Yaga… lees verder.