ANNE 32: MONSANTO ENCOUNTERS

(The English translation will follow soon)

“Wij willen naar Monsanto, gaan jullie mee?” vragen we Eran en Noa, die ons op onze plek in Portugal zijn komen bezoeken. Eran is een Israëlische dertiger die ons al in meerdere reizen vervoegd heeft, in mijn ogen is hij een jonge King Arthur die zijn heerschappij aan het voorbereiden is. En ook Noa komt uit Israël, waar ze Tons boek De Terugkeer van de Koning naar het Hebreeuws vertaalde. Zij is negen maanden geleden met haar zoontje Dorian in Portugal komen wonen. Overigens ook een klein graalriddertje, dat zoontje van haar – volgens mij.
“Ik heb een sterke link met Monsanto, ik heb er goede herinneringen aan”, zegt ze. “Ik kwam er toen iets begon dat nu ten einde loopt. Het voelt alsof een cirkel mag worden afgerond en een nieuwe geopend. Dus ja, laten we ernaartoe gaan.”

Het stadje op de berg, gekenmerkt door zijn grote ronde rotsblokken waarrond huizen op een bijna sprookjesachtige manier gebouwd zijn, had onze aandacht al getrokken toen we vanuit Spanje Portugal wilden binnenrijden, maar we besloten toen op het laatste moment een andere weg te nemen. Monsanto wilde blijkbaar nog niet bezocht worden. Het was nog niet de tijd. Nu pas, een maand na aankomst, is het blijkbaar aan de orde. En wel met ons vieren.

Behalve dat de naam van het stadje me meteen herinnert aan het bedrijf Monsanto, de grootste producent van genetisch gemanipuleerd zaad ter wereld, heb ik zelf geen idee wat ik hier mag verwachten. Als we ernaartoe rijden, word ik even teruggekatapulteerd in de tijd, in 2013 naar de March against Monsanto, toen op dezelfde dag in 400 steden wereldwijd betoogd werd tegen dit bedrijf dat zichzelf de voedselbevoorrader van de wereld noemt, maar tegelijk gelinkt wordt aan levenvernietigende praktijken. Niet alleen promoten ze massaal het potentieel kankerverwekkende onkruidvernietigende product Roundup met hardnekkige lobbypraktijken, ook krijgt het bedrijf door haar patenten op zaden een monopolierol in de voedselproductie, concurreert het kleinere en biologische boeren uit de markt en dringt het verslavende praktijken op aan boeren wereldwijd. Tegelijk vernietigen ze de vruchtbaarheid van de zaden, verzieken ze de grond, ruïneren ze boeren die hun ziel hebben verkocht aan het bedrijf en drijven ze heel wat van hen, o.a. in India, tot zelfmoord. Een praktijk die, volgens de Indiase wetenschapster en milieuactiviste Vendana Shiva, getuigt van de stupidity of humankind. Of zoals Jane Goodall het laconiek verwoordt: “How on earth could we ever think it would be a good idea to put poison on our food?” 

Soit, een bedrijf waartegen ik negen jaar geleden samen met honderdduizenden andere mensen wereldwijd ben gaan betogen. Door dit alles heeft de naam een slechte reputatie gekregen, maar niet getreurd, het werd inmiddels opgekocht door Bayer. Of hoe voedings- en chemische industrieën door dezelfde gigantische bedrijven worden behartigt. Of juist helemaal niet behartigt. En hoe dat volgens mij niet goed kan aflopen.

Als we het dorpje Monsanto binnenwandelen, lijkt er geen groter verschil tussen het bedrijf en het dorp dat dezelfde naam draagt. Op het eerste gezicht lijkt er dan ook geen direct verband te zijn. (Ook al blijkt dat achteraf wel maar daarover schrijft Ton meer.)  Het dorpje dat bekend staat om zijn Castelo en grote boulders is lieflijk tegen een heuvel aangebouwd en straalt vredig in een warme lentezon. De velden en begroeiingen in de vallei errond doen me denken aan het zicht dat we enkele weken geleden hadden in Rennes-Les-Chateaux in de Pyreneeën. Het voert me op een of andere manier ook naar Israël, of ik voel er alleszins weer diezelfde energie die me altijd zo raakt. Iets wat het oude, bijna bijbelse, verleden verbindt met een hoopvolle toekomst. Ik kan het niet anders omschrijven. De nauwe kronkelige straatjes leiden via een aantal poorten naar het Castelo, dat gebouwd is door Tempeliers, zoals veel van de kastelen die we hier tegenkomen. In de 12e-13e eeuw kregen de Tempeliers grond van de koning van Portugal en bouwden ze heel wat kastelen langs de rivieren om het koninkrijk te beschermen tegen de invallen van de Moren. 

Sinds we in Portugal zijn aangekomen, zijn de Tempeliers overigens erg aanwezig.
“Wat zijn de Tempeliers eigenlijk?” vraagt Noa, en gezeten in de Citadel van het kasteel, krijgen we via Ton het antwoord van een Templar zelf:

“Why were we called the Templar Knights? Because we were knights for ‘the temple’. But the inner temple, the temple of the divine feminine. And all these gates you passed were gates of initiation. Seven gates to come to the holy of holiest, which is the heart. Those steps of initiation are universal. So we connected to that universal wisdom of initiation, going into the innermost secret, entering the mystic heart or the temple. You are invited as well into this sacred space, which is beyond time and space. 
So forget the fortifications, they are just the outer walls. Forget the gates, forget the steps leading up here. Forget the road through life that brought you to this place. But open up to the next gate, the seventh gate. Which is a gate between heaven and earth. The moment you bow down to the great mystery, you will see the greater cause you are here for. 
Like we came in our time to serve that greater cause, to dedicate our lives to bring the sacred back in the mondane. So we worked with sacred geometry, we worked with sacred places and we tried to unite the religions. Many things are misunderstood in history, because people don’t have that higher awareness and they explain it to the level of their own awareness. But you have to go to the highest awareness in yourself, connect to that sacred temple within your own heart.” 

We kijken elkaar aan. Geëmotioneerd, want alle vier voelen we dat dit hetgeen is wat ons in dit land samenbrengt. “Reunite the masculine and the feminine”, zegt de Templar nog. “The Grail Knight and the Lady of Wisdom, the Lady of Turquoise. Open up to higher vision and become part of that sacred community – that is within the other realm – of men and women, priests and knights and queens and jesters and wild women and wild men and lovers, all gathering around the sacred heart, to awaken the sacred heart within the world. Initiate the red altar. Connect the mountain and the sea, so the angels can come down.” 

Nog stil van de boodschap die we kregen, loop ik over de buitenste rand van het Castelo en kijk uit over het oneindige landschap. Wat mis ik dit in België, bedenk ik me zuchtend. Hoe moeilijk is het voor ons daar om voeling te houden met die weidse natuur, met onze eigen weidse innerlijke natuur, als onze horizon telkens wordt afgebakend door de volgende betonnen muur? 

Opeens valt me aan de zijkant van het kasteel een verhoogde rotsige uitstulping op, met wat begroeiing en op het eind een soort rots. De plek straalt iets sacraals uit.
“Daar moet ik heen”, denk ik en spring meteen de trappen af, op zoek naar een opening in het kasteel om er te geraken. Ik klauter over wat rotsen heen en beland uiteindelijk op het kleine plateau. Als aangezogen door een magneet loop ik naar de kleine grot, waarvoor een vuurplaats is gemaakt. Een kleine cirkel van stenen en stukjes hout en as erin verraden dat deze plek wellicht door meer mensen als een klein heiligdom wordt beschouwd. Als ik de plek nader, sta ik respectvol stil, wachtend op toelating, want ik voel in het grotje een aanwezigheid. Als ik verder intune voel ik een oude vrouw, een soort sjamane, een wisdom keeper van het gebied. Ik hou eerbiedig afstand. 

“Kom hier”, wenkt ze me met haar oude handen toe. “Kom maar.” En als ik dichterbij kom, klopt ze even op de grond om te gebaren dat ik tegenover haar naast de vuurcirkel mag gaan zitten. 
Welcome on this soil”, hoor ik haar zeggen. “We zijn blij dat jullie hier zijn, want jullie zijn nodig hier. Ook jou wacht hier een nieuwe taak, ben je klaar om die aan te nemen?”
Ik aarzel, een beetje overrompeld door deze onverwachte ontmoeting. Ik heb ook geen idee wat ze precies bedoelt met ‘je taak’, ook al voel ik al langer dat ik in een transformatiefase zit naar iets heel nieuws. En ik voel ook de weerstand in mezelf om dat onbestemde nieuwe volledig te omarmen. 
“Zullen mijn geliefden eronder lijden?”, vraag ik, in het bijzonder denkend aan mijn moeder, naaste familieleden en goede vrienden waarvan ik weet dat ze me nu al vaak missen. Wat als ik langer op deze bodem zou blijven, of meer nog: wat als die taak zou vragen dat ik hier zou wonen?
“Nee, integendeel”, antwoordt de oude vrouw. “Je kan iets heel moois voor ze betekenen, het kan juist een gift voor hen zijn. Maar om die gift te kunnen ontvangen, zullen ze hun hart moeten openen.”
Ik aarzel nog. 

“Waar ben je het meeste bang voor?” vraagt ze me plots, en al even direct popt het antwoord in me op:
“Om mijn geloofwaardigheid te verliezen”, hoor ik mezelf zeggen.
“Gooi je geloofwaardigheid in het vuur!” gebiedt ze me. Weer schrik ik een beetje van haar directheid. Tegelijk besef ik dat ik iets wat me dierbaar is zal moeten loslaten. Bij onze afstemming aan de Citadel kreeg ik al de boodschap dat we hier allemaal een offer zouden moeten maken: this needs a sacrifice. Als journaliste heb ik het altijd belangrijk gevonden om voor zo’n breed mogelijk publiek geloofwaardig te zijn. Alles goed onderbouwd, bevattelijk uitgelegd, geen te dwaze dingen, herkenbaarheid voor alles. 
“Jouw invulling van geloofwaardigheid, credibility, hoort bij de oude wereld die je aan het loslaten bent”, zegt ze me. “Als je per se geloofwaardig wil zijn voor iedereen, ga je het spel spelen volgens de regels van hen die je bij het oude willen houden. Als je niet meer leeft vanuit het verlangen naar credibility, maar vanuit authenticity, zal je veel meer effect beogen. Want authenticiteit raakt. Omdat je dan een waarheid spreekt waar je niet omheen kan.”

Ik slik omdat ik weet dat ze gelijk heeft. Ik blijf hier maar mee worstelen, eens zal ik toch die sprong moeten maken. Dus gooi ik op dat moment mijn credibility in de vuurplek.
“Ik geef je hierbij de kracht van de beer en van de wolf”, zegt ze me, en ik zie een grote bruine moederbeer opdoemen. De kracht van het dier warmt mijn hele lijf.
Ineens spuwt de oude vrouw me in het gezicht. Zowat het laatste wat ik had verwacht. Het voelt niet als een daad van afschuw, eerder als een sjamanistisch gebaar dat ik niet begrijp. Of een manier om een stuk ego los te laten? 
Spit in the fire”, gebiedt ze me vriendelijk.
Weer aarzel ik. Ik kan toch niet spuwen in dat sacrale vuur?
Spit in the fire!” gebiedt ze me onmiddellijk weer, dwingender deze keer. Dus spuw ik gauw in het vuur. Ik begrijp later dat ik hiermee ook DNA op deze sacrale plek achterlaat.
Ten slotte vraagt ze me om een bloem in de vuurplek te leggen en als ik dat gedaan heb, mag ik gaan. 

Onder de indruk van deze onverwachte ontmoeting loop ik terug naar de kasteelmuren en voeg ik me weer bij de rest. 
“Ik heb net een bijzondere ontmoeting gehad”, zeg ik Ton. “Ik snap niet 100% wat er is gebeurd, maar ik denk dat de elders van dit land me hun zegen hebben gegeven om hier te werken.”
“Je hebt contact kunnen maken met het wyrdd-netwerk”, zegt Rosemarijn, de eigenares van het huis waar we hier wonen, als ik haar over mijn ervaring vertel. “Er is een heel sterk sjamanistisch netwerk werkzaam in Portugal, en je bent daarin ontvangen.”

(wordt vervolgd)