ANNE 29: ANGELS & DEMONS

(English version will follow soon)

“Is dit misschien de Da’at waar je het in je levensboom over had?” vraag ik Ton, als we na onze eerste week in Portugal wezenloos op de bank zitten. Als om 5 uur de zon achter de bomen verdwijnt, zakt de anders aangename lente-achtige temperatuur meteen een tiental graden waardoor we naar binnen worden geduwd. Meestal schrijven we wat, of we lezen, of we kijken een filmpje. Maar vandaag voelen we beiden een overweldigend gevoel van onbestemdheid. Gisteren kwam er zelfs diep verdriet naar boven. Wanhoop bijna. Ik wilde terug, terug naar huis, stoppen met dit dwaze experiment waar we al een jaar in zitten. Wat doen we hier eigenlijk? 

Een week geleden kwamen we aan in Figueiro dos Vinhos, een charmant stadje op driekwartier rijden van Coimbra, in centraal Portugal – en meer bepaald in Casa do Lotus, het tweede huis van een goeie vriendin van me, Rosemarijn. Na een maand in de ijzige kou te hebben gezeten in de Pyreneeën, slaken we een diepe zucht van verlichting als we ons op het terras in het zonnetje installeren en de groene boomgaard aan het huis overschouwen. Wow, wat een paradijs hier. De bomen dragen gul sinaasappelen, grapefruit, mandarijnen, clementijnen, citroenen, kiwi’s, we hoeven ze maar van de grond te rapen en we persen er zo liters sappen van. Aan vit C zal het ons hier niet ontbreken. Aan D wellicht ook niet, want elke ochtend als we wakker worden, schijnt de zon en als we ons met ons eerste theetje op het terras installeren, lijkt het wel een prille zomerdag. De vogels fluiten, vlinders fladderen voorbij, en aan de horizon niets dan heuvels en groene landerijen. Wat een stilte, wat een zegen hier.

“Ik voelde dat ik dit huis en deze tuin moest kopen”, zei Rosemarijn jaren geleden al, en ze volgde haar gevoel, ook al vroeg ze zich de jaren daarna herhaalde malen af wat ze daar toch deed. Zelf kon ze enkel in de vakantieweken van het huis genieten en telkens als ze er kwam, bleken er werken aan het domein en moest ze vooral klussen klaren. Niet echt moedgevend. “Het heeft een toekomstfunctie”, zei ze, “alsof ik er een tuin van Eden neer te zetten heb, waar mensen naartoe kunnen komen. Alleen heb ik mijn community nog niet gevonden en lijkt het zich nog niet te manifesteren.”
Ik herinner me hoe wij, enkele goeie vriendinnen, haar moed bleven inpraten, ervan overtuigd dat ze haar intuïtie mocht vertrouwen, maar dat de tijd waarschijnlijk nog niet gekomen was. Het vraagt wat – zo ervaren ook wij – als je je buikgevoel in vertrouwen volgt, maar verder nog niet goed weet hoe en wat.

En nu zitten we daar. Vorige zomer wilden we er al langs, maar toen riepen familiezaken ons vanuit Frankrijk terug naar Nederland. Het was wellicht nog geen tijd voor Portugal. En nu, in het prille begin van 2022, worden we er als het ware naartoe gestuwd. We moeten hier dus duidelijk zijn.
“Maar waarvoor precies?” vragen we ons die avond plotseling ontmoedigd af. Het is gek hoe we hier van de ene bui in de andere vallen. Het ene moment zijn we superenthousiast en zo blij en dankbaar als kinderen in dit stukje Eden te zijn beland, het andere moment lijken we in een modderpoel van niet-weten te belanden, ontheemd van thuis – wat thuis dan ook nog mag betekenen – angstig om het verlies aan referentiepunten in ons leven, verloren omdat het oude is afgebouwd en het nieuwe er nog niet is, leeg omdat we in actie willen schieten maar niet weten hoe en wat. Of is dit dan onze nieuwe plek? Hebben we hier samen met anderen iets uit te bouwen?
“Ik heb gedroomd dat we eerst alle tekens van de dierenriem, de hele zodiac, moeten hebben doorlopen voor we ons finaal mogen vestigen”, zegt Ton nog. En dat voelt wel juist. Stel dat we in Portugal moeten belanden, dan nog is het wijs om het land gedurende alle seizoenen te verkennen om in te voelen welke plek ons werkelijk roept.

Ik voel me de hele dag al depressief. Angstig, verdrietig, ontmoedigd. Wat doet het er allemaal toe? We kijken op Netflix dan ook nog naar een bevreemdende film, The Ninth Gate, met Johnny Depp – over de Frankrijk, de Katharenstreek en Portugal overigens, en over mensen met een vreemde voorliefde voor oude teksten over hekserij en pacten met de duivel. Iedereen in de film is blijkbaar op zoek naar een duivelse macht. Maar voor wat? Ik sluit mijn ogen. Vermoeid. Beelden van demonen en vagevuur flitsen door mijn hoofd. “Ik weet niet of het goed is om in onze onbestemde geestestoestand zulke films te zien”, zeg ik achteraf nog. Waar zitten we toch in?

Als we voor het slapengaan nog een kaart trekken om meer duiding te krijgen over de sfeer waar we in zitten, trek ik warempel de kaart van de duivel. We schrikken er allebei een beetje van. Wat is dit toch? Welke energieën spelen hier? Het lijkt wel of we in de extremen vervallen, van het hoogste licht en genot, in een soort onbestemde duisternis.

“Of is dit misschien de Da’at?” vraag ik opnieuw, verwijzend naar de verschillende stappen of sferen in het Joodse Kabbala-systeem, waar een mens door gaat op zoek naar zijn zelfverwezenlijking. 
Een van de belangrijke poorten om de hogere regionen van het mens-zijn te bereiken, is de Tifferet, de hartinitiatie. Als het hoofd buigt voor het hart wordt het menselijk ego een stuk overstegen en gaan er poorten van inzicht open. Maar daarna is er nog een belangrijke initiatie, die meestal niet op de levensboom getekend staat, de Da’at, die eigenlijk altijd een mysterie voor me is geweest. Het moet een soort nacht van de ziel zijn, een soort diepe duisternis of dood die je in de ogen moet zien voor je de regionen van hoger inzicht en wijsheid kan betreden. 

Is de maaninitiatie die zich na ons vertrek uit de Pyreneeën aankondigde een soort Da’at? Moeten we om een hoger inzicht te krijgen ook door een soort totaal niet weten? Moeten we om het echte leven te proeven ook door een soort dood? De dood van het ego, zeggen sommigen, maar wat is dat dan precies? Want hebben we niet een stuk gezond ego nodig in deze wereld? De dood van het oude dan misschien? De dood van het eigengereide? De dood van angst? 
“Soms ben ik bang dat ik me totaal vergist heb, dat deze weg waar ik jaren geleden radikaal voor gekozen heb, pure illusie is”, vertrouw ik Ton toe. 
“Net dat is de initiatie van de Da’at”, knikt hij. “De sprong wagen, de totale overgave – zonder absolute garantie. Je weet niet of je sprong je naar verlossing brengt, of naar waanzin, naar leven of dood. De verleiding zit er ook in dat je terugspringt, en terug wil naar af,” zegt hij nog, “terug naar het oude vertrouwde, naar de lagere overlevingsmechanismen.” En dat laatste herken ik. Voor het eerst in een jaar ‘going with the flow’ verlang ik terug naar huis. Ook al is het geen ‘huis’ of ‘thuis’ meer waar ik terug naartoe kan. Maar ineens snak ik er zo naar, terug naar het oude. Terug naar het bekende. Dat niet perfect was, maar daar wist ik tenminste waar ik aan toe was. 
En ik vermoed dat dit een herkenbare gedachte is voor velen, in deze gekke tijden. Omdat iedereen ergens wel voelt dat dat ‘oude normaal’ voorgoed achter ons ligt. 

Mocht dit effectief de da’at-initiatie zijn, waar we in zitten, dan is het alleszins anders dan ik dacht. Bij initiaties beeld ik me een eenmalig groots gebeuren in, een sprong, een keuze, een poort, iets kort maar hevig. Misschien maken sommigen het inderdaad wel zo mee. Ik denk opeens aan een koppel geestesgenoten – erg vertrouwd met de Kabbala trouwens – die onlangs zeer zwaar getroffen werden door corona en op de intensieve afdeling zelfs bijna in coma werden gebracht – de dood dus letterlijk in de ogen moesten kijken en in overgave moesten gaan. Gelukkig hebben ze de beproeving goed doorstaan en zijn ze inmiddels weer gezond en wel. Dat was een intense beproeving, inderdaad. 
Wat wij meemaken lijkt meer een langdurig proces van steeds weer loslaten en overgave. Van vallen en opstaan. Van vertrouwen verliezen en weer hervinden. Van moedeloos worden en weer moed vatten. Van euforisch genieten en toch weer depri neerzakken. Wat het ook is, het is een interessant proces. 

Pas ’s anderendaags neem ik de uitleg van de Duivelskaart erbij. Online lees ik hoe verleidelijk het materiële leven is, hoe de onderste regionen van de zelfontwikkeling (een ego neerzetten in de materiële wereld) ons steeds weer terug willen roepen en beletten verder te evolueren. Tegelijk voelen we ons beperkt en vastgezet in die onderste regionen en kunnen die kwelduiveltjes ons machteloos of depressief laten voelen. En dat is precies de illusie die de duivel creëert; ook in het oude vertrouwde zit illusie vervat. Het vraagt het overwinnen van die kwelduivels om te beseffen dat je zelf je leven kan bepalen en zelf je overtuigingen en keuzes kan beïnvloeden. 

Ik neem ook het boek van Alistair Crowley er even bij, want hij heeft een bijzondere kijk op de Duivelskaart. Volgens hem moeten we het beeld dat we van de Duivel hebben herzien. Hij ziet hem als de afbeelding van de vergeten god Pan, die de mannelijke creativiteit voorstelt. Volgens Crowley is de Duivel een ziener, en heeft hij het licht van humor in zijn ogen, zoals enkel een echte wijze dat heeft. Iemand die weet dat mensen hun eigen angsten en gehechtheden op anderen (en dus ook op hem) projecteren en hem ‘verduivelen’. 
“In zijn wijsheid ziet hij dat elk verlangen, elke gebondenheid en bezitsdrang enkel tot frustratie en lijden leidt”, zegt Crowley. “Tot dat inzicht kunnen we echter alleen door herhaalde directe ervaringen komen. Hoe meer we leren ‘zien’, hoe bewuster we worden, hoe meer we echt kunnen genieten. Bevrijd van alle morele beperkingen zullen we ons dan met uiterste sensualiteit kunnen overgeven aan het genot van de aarde, in elke manifestatie de extase ontdekkend, in alles van het goddelijke proevend. We zullen genieten en verder trekken…

“We zullen genieten en verder trekken.” De zin blijft in m’n hoofd hangen en houdt me de hele verdere dag bezig. Hoe eenvoudig en toch zo moeilijk… Gewoon genieten van dit aardse paradijs, en ons niet langer zo laten kwellen door onze geest. Ligt daarin misschien onze grootste uitdaging…?

(wordt vervolgd)