ANNE 15: TOR-MENTING

(Dutch version underneath / Nederlandse versie onderaan)

Life leads us where it wants us. Leaving the Chalice House, we are guided to B&B Berachach, Hebrew for blessing, at the foot of the Tor and on top of the underground White Well – a magical candle-lit source that completely enchants us. Raya and Cedric have just jumped on the train to London, as we pick up Eran, a young Israeli who guided Ton through Israel this spring and decided to join us for some days. To me he is like a young king Arthur, ready to be initiatied by the forces of Avalon. 

Every hostel we lodge in, reveals a different energy. “People expect to find a light and fairy atmosphere in this town”, a woman called Annie tells us, when we meet her in the Goddess House for a massage. “But everyone who comes here meets his shadows as well.” I know what she means. This place indeed exposes the lightest energies, as well as the darkest. When I climbed up the Tor ten years ago, I came back ill and ended up in bed with a fever, feeling some strange feelings of betrayal, abandonment and death. And as I climb up the Tor again, I notice that same heaviness in the hill. Something seems stuck there, like an energy that refuses to yield. 

That night I sleep restlessly. In my dreams a mad woman tries to stab me with a dagger. I wake up startled. Jesus. I haven’t had these kind of nightmares for ages. What is going on…?

“Dion Fortune herself lived in this house”, Ton discovers the next morning, when we leaf through her books in the library. “She has lived here for years.” As mentioned before, Dion was an occultist author and the first woman to reawaken the memory of Avalon in this place, which had an immense impact on the spiritual revival as we have known it after the war. We come to know that she used her energetic powers to protect England from the Germans during the two world wars and how hard it was for her to fight the dark destructive energies. Though fighting against the dark in the end destroys us all. Shortly after the war she died of leukemia at the age of 55. One way or another we can still feel her in the house, wondering if she wants to tell us something. And though her soul feels fine, I myself feel more miserable by the hour.

We have a zoom with a few women that day, in the kitchen of Berachach. Quite unexpectedly during the conversation I am triggered by an advice one of the Israeli ladies gives me. Her words are quite innocent, though a bit patronizing, but one way or another they stir up an anger in me. Not wanting to cause any trouble, I log out of the zoom – but offline the rage in me wells up to an enormous feeling of hatred. A hatred stirred by a kind of arrogance and sense of superiority of one people over another. Suddenly I find myself absorbed by the energies of the Second World War, and entering that enormous field of conflicting energies I can suddenly sense how peoples wanted each other’s death. Or even more: each other’s annihilation. I bodily grasp how the expression of superiority and the longing to annihilate somehow are both sides of the same coin. How perpetrator-victim belong together and how people and peoples alternate both roles in each other and themselves. Powerlessness gives fear, frozenness, hate, which implodes into depression or explodes into rage, agressivity, power, dominance, destruction, and then again shame, hiding, powerlessness, fear… all over again and again and again.

It is one thing to ‘know’ this, but another to feel it to the bones. I am shocked by the intensity of the field I am allowed in, and by the depth of what I am experiencing – and it takes a while before I can let go of it and come back to myself. My God, what is this deep hatred? What is hiding under it? And how is this theme related to me? Why do I feel this? Is this in any way connected to my past, my ancestors, my people, or to this place we are in?

When I can finally let go of the feelings a bit, I understand that somehow there has always been a deep longing in me to clear the darkness into light. I still don’t see the direct connection to my actual life, as I myself bear no conscious grudge whatsoever to whatever person nor nation, and I have been brought up in respect for everyone’s difference. Still it is true that I have been driven to work with the energies of the dark feminine (in all its aspects, sacred and distructive) for more than 10 years by now, and this war field seems to be the deep core of it. The black hole that is ready to absorb and annihilate it all. There somehow also seems to be a karmic line with a faraway past that I cannot yet completely grasp. “Don’t take it too personal”, a woman once told me. “This is just important information that needs to be collectively remembered and it is part of your task to do so.”

Later on I indeed understand how important it is to explore and feel the core of both the light and dark fields, to be able to include them in the process of healing and transformation. There cannot be inclusiveness, personally and globally, without the demons. “You can only fly as high as you can dive deep”, a friend tells me compassionately, when I express my sadness and shame. “And we all carry a form of darkness within us that we are ashamed of.” We all carry deep pains, feelings of exclusion, of unworthiness, of powerlessness, of not being seen or heard in our full truth. If not recognized and healed, these pains can solidify and harden themselves into hatred, hidden in a dark corner of our soul, turning into a blind spot that – unnoticed – keeps on defining and influencing us. Until we bring it back to consciousness and feel the pain of the injury underneath it. 

I can see how that underlying pain is slowly revealing itself through this journey. Though I know I cannot feel the core of it yet. “Be patient, for every opening in your soul has its own divine timing”, I hear a soft voice deep inside of me. So patient I will be. This journey is definitely not over yet…

(to be continued)

Dutch version:

TOR-MENTING

Het leven stuwt ons waar het ons hebben wil. Als we het Chalice House verlaten, vinden we onderdak in B&B Berachach, Hebreeuws voor blessing, aan de voet van de Tor en bijna bovenop de mysterieuze en ondergrondse White Well, een magische met kaarsen verlichte bron die ons de dagen daarna totaal betovert. Raya en Cedric zitten alweer op de trein richting Londen en we pikken Eran op, een jonge man uit Israël die Ton deze lente al vergezelde door de Sinai en Israël. Een soort jonge koning Arthur die voor het eerst in dit wonderlijke gebied belandt, klaar om zich erdoor te laten inwijden. 

Elke plek waar we in Glastonbury overnachten, opent weer een andere energie. “Mensen verwachten hier in een lichte feeërieke sfeer te belanden”, zegt Annie, die de Goddess House openhoudt waar we een massage bestellen. “Maar iedereen die hier komt, wordt ook stevig geconfronteerd met zijn of haar schaduwkanten”, waarschuwt ze. Dat belooft. Deze plek legt inderdaad de lichtste energieën en de duisterste emoties bloot. Toen ik tien jaar geleden de Tor beklom, werd ik van slag ziek en belandde ik in bed. Ik herinner me ook onbestemde gevoelens van verraad, in de steek gelaten worden, en de dood. Als ik de Tor beklim, voel ik ook deze keer een zware, onwrikbare energie, een soort hardheid die van geen wijken lijkt te weten. Wat is er aan de hand…?

Ik slaap onrustig en voel me wegzinken in duistere energieën. ’s Nachts krijg ik horrorbeelden van een waanzinnige vrouw in een donker huis die me probeert dood te steken met een dolk. Ik schrik wakker, doodsbenauwd. Het is lang geleden dat ik zulke angstdromen had. Wat wordt hier toch aangeraakt? 

“Dit is het huis van Dion Fortune zelf”, ontdekt Ton de volgende ochtend, als we in de bibliotheek haar boeken doorbladeren. “Zij heeft hier jarenlang gewoond.” Dion was – zoals eerder gezegd – een occulte schrijfster en de eerste die de herinnering aan Avalon weer wekte, wat de enorme spirituele revival teweegbracht die we na de oorlog hebben gekend. We lezen ook hoe ze tijdens de twee wereldoorlogen haar energetische krachten gebruikte om Engeland te beschermen tegen de Duitsers. Het vroeg enorm veel van haar om de duisterse krachten waar de wereld aan onderhevig was te bestrijden, en misschien ervoer ze ook hoe de duisternis bestrijden ons ten onder kan brengen. Kort na de oorlog stierf ze op 55-jarige leeftijd aan leukemie. Op de een of andere manier is haar geest nog steeds voelbaar in dit huis. Zelf word ik met het uur ongemakkelijker.

Als we die dag zoomen met enkele vrouwen, waarvan één uit Israël, word ik – door op zich vrij onschuldige woorden – plotseling enorm getriggerd. Een stukje betutteling in haar woorden wekt een kwaadheid in me op. Niet-wetend wat me bevangt, log ik gauw uit. Maar offline welt de woede in me alleen maar verder en verder aan, tot een soort ijzige haat. Haat om de arrogantie en een gevoel van superioriteit van één volk over het andere. Ineens voel ik me opgezogen door de conflicterende velden uit de Tweede Wereldoorlog en kan ik plotseling voelen hoe volkeren elkaars dood wilden. Meer nog: elkaars annihilatie. Ik voel ineens ook aan den lijve hoe het uiten van superioriteit en het uiten van haat beide kanten zijn van eenzelfde medaille. Hoe dader-slachtoffer bij elkaar horen en hoe mensen en volkeren elkaar en zichzelf ook afwisselen in beide rollen. Machteloosheid geeft angst, bevriezing, haat, die implodeert in depressie of explodeert in woede, agressiviteit, macht, overheersing, vernietiging, om dan weer schaamte te worden, waardoor je wil verdwijnen, je machteloos voelt, angstig… en zo begint alles weer opnieuw, over and over again.

Ergens kende ik die cyclus wel, in theorie, maar op dat moment voel ik het door mijn lijf woeden en schrik ik me te pletter om de diepte van wat ik ervaar. Het duurt ook een hele tijd voor ik het veld dat zich aan me toont weer kan loslaten. My God, wat is dit? Waarom voel ik dit? En waarom voel ik dit nu? Hoort dit bij mij, bij mijn voorouders, mijn volk, of bij deze plek? 

Als ik later weer tot mezelf gekomen ben en die intense velden die me even verzwelgden kan loslaten, begrijp ik dat er in me altijd een verlangen heeft geleefd om duistere energieën om te buigen naar licht. Ik zie nog steeds niet de directe lijn tussen de gevoelens die me overvielen en mijn huidige levensloop, want persoonlijk koester ik geen enkele wraak ten opzichte van iemand en al zeker niet ten opzichte van een bepaald volk. Ik ben tolerant opgevoed met respect voor ieders verschil. Maar het klopt dat ik de laatste tien jaar intens gewerkt heb rond het donkere vrouwelijke (in al zijn aspecten, van het sacrale tot het vernietigende) en deze oorlogsvelden raken op een of andere manier de kern van dit thema; het zwarte gat dat klaar staat om alles te vernietigen en verzwelgen. “Neem dit thema niet te persoonlijk”, zei een vrouw me ooit, “dit verhaal moet alleen bewust gemaakt worden in deze tijd, en jij bent een van de vrouwen die de taak heeft om dit te doen.”

De dagen daarna besef ik hoe belangrijk het is de diepte van zowel het lichte als het donkere veld te verkennen en te doorvoelen, om ze mee te kunnen nemen in het helings- en transformatieproces. Er is geen inclusiviteit en heelheid – in onszelf en in de wereld – zonder daarin ook de ultieme demonen mee te nemen. “Je kan maar zo hoog gaan als je diep kan duiken”, zegt een vriendin me later liefdevol, wanneer ik mijn schaamte om deze intense gevoelens uit. “En we dragen allemaal een vorm van duisternis in ons waar we ons voor schamen.” We dragen allemaal diepe pijnen, gevoelens van exclusie, van onwaardigheid, van machteloosheid, van niet gezien of gehoord worden in onze diepste waarheid. Als deze pijnen niet erkend en geheeld worden, kunnen ze stollen tot ijzige haat. En ergens op de achtergrond van onze ziel verdwijnen, waar ze verworden tot een blinde vlek die ons ongemerkt blijft bepalen. Tot we hem aan het licht brengen en het verdriet kunnen voelen van de kwetsuur die eronder ligt. 

Ik merk hoe die onderliggende pijn langzaamaan bloot komt te liggen tijdens deze reis, al kan ik de volheid ervan nog niet bereiken. “Heb geduld, elke opening kent zijn juiste timing”, hoor ik een stem binnenin me, en dat besluit ik dan maar te doen. Deze reis heeft een eigen mysterieuze bestemming, aan ons om zijn weg te volgen…

(wordt vervolgd)